SDE+ voor de zakelijke markt: hoe werkt het?

De roep om schone energie wordt in het huidige tijdsgewricht steeds luider en bovendien door een groeiend deel van de samenleving gedragen. Die ontwikkeling heeft zich in de loop der jaren vertaald in een groot aantal subsidies voor het opwekken en afnemen van groene energie. Denk bijvoorbeeld aan regelingen die het investeren in zonnepanelen fiscaal aantrekkelijk maken. Maar veel van die subsidies zijn inmiddels stopgezet. Bedrijven die zelf energie opwekken, kunnen wel nog aanspraak maken op subsidie via de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Maar wat is de SDE+ nu eigenlijk precies? En voor wie is de regeling bedoeld? In dit artikel bespreken we uitgebreid de belangrijkste ins en outs van de SDE+.

Wat is de SDE+

De SDE+ werkt net wat anders dan de meeste andere subsidies voor duurzame energie. Conventionele subsidies, zoals de regelingen voor bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak, zijn zogenaamde investeringssubsidies. Het subsidiebedrag wordt in dit geval ontvangen over de gedane investering in bijvoorbeeld zonnepanelen en zonneboilers. In het geval van de SDE+ ontvangt u juist subsidie over de energie die daadwerkelijk is opgewekt via deze installaties. De SDE+ is dus geen investeringssubsidie, maar een exploitatiesubsidie.

Voor wie is de SDE+ bedoeld?

De SDE+ richt zich exclusief op de zakelijke markt. De exploitatiesubsidie is toegesneden op bedrijven en instellingen (ook non-profit) die concrete plannen hebben om op grote schaal duurzame energie op te wekken. Hoewel hernieuwbare energie een steeds dynamischere en interessantere groeimarkt wordt, is het produceren van ‘groene’ energie in de regel nog altijd duurder en minder rendabel dan het genereren van ‘grijze’ energie. Die laatste term is gereserveerd voor energie die is opgewekt met fossiele brandstoffen zoals aardgas, steenkool, bruinkool en aardolie. De SDE+ is dan ook primair bedoeld om de verduurzaming van onze energievoorziening te versnellen. Er moeten immers ook doelstellingen worden gehaald die zijn vastgelegd in internationale klimaatakkoorden. Daarnaast maakt een groter aandeel van groene energie Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en jaagt de groene energiesector innovaties aan. De SDE+ kent per jaar twee openstellingsrondes: het voorjaar en het najaar.

Waaruit bestaat de subsidie?

De SDE+ streeft er vooral naar om groene energie net zo rendabel te maken als grijze. Om dat te bereiken, compenseert de regeling het verschil in rendement tussen beide energievormen. De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktwaarde van de geleverde energie (het zogenaamde correctiebedrag).

De hoogte van het subsidiebedrag hangt dus ook nauw samen met de ontwikkeling van de energieprijs: bij een hogere energieprijs ontvangt u minder SDE+-subsidie, maar krijgt u wel meer geld van de energieafnemer. Is de energieprijs lager? Dan is de situatie precies omgekeerd. De hoogte van het subsidiebedrag wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid technologie die u gebruikt en het energievolume dat wordt opgewekt.

De actuele prijzen en berekeningsmethoden zijn na te vragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (ROV). De ROV betaalt u iedere maand een voorschot voor de verwachte subsidiabele energieproductie in het komende jaar. Na afloop van het kalenderjaar wordt getoetst of de energieproducent te veel of juist te weinig geld heeft ontvangen. De subsidie wordt dan eventueel bijgesteld.

Hoe zit het met de verdeling?

Het totale subsidiebudget voor de voorjaarsronde van de SDE+ bedraagt in 2017 zes miljard euro. Voor de najaarsronde is hetzelfde budget gepland, maar definitief is dat nog niet. Het bedrag is onderverdeeld in de categorieën zon-PV (45 procent van het totale subsidiebudget), zonthermie (0,3%), windenergie (31%), biomassa warmte en warmte-krachtkoppeling (9,7%), biomassa gas (9,2%), waterkracht (0,1%), geothermie (4,3%) en biomassa bij- en meestook (0,4%). De verspreiding van het budget is verdeeld over een viertal fases. De technisch goedkopere installaties vormen de eerste fases en ontvangen de minste subsidie. Bij elke volgende fase neemt de hoogte van de vergoeding wat toe. De hogere fases, waarvoor complexere techniek en grotere investeringen nodig zijn, krijgen het grootste deel van de subsidiekoek.

Is een project haalbaar?

Zeker voor grotere aanvragen (ruwweg een vermogen van 500 kilowattpiek of meer) is een haalbaarheidsstudie vereist. Dit houdt in dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland eerst nagaat of het aannemelijk is dat een project daadwerkelijk grote hoeveelheden energie kan produceren. Om het fiat voor een SDE+ te krijgen, moeten dan ook bewijzen worden aangevoerd in de vorm van een haalbaarheidsstudie. De belangrijkste onderdelen van zo’n haalbaarheidsstudie zijn:

  • Een specificatie van de investeringen, verdeeld in diverse componenten
  • Een kosten- en batenanalyse van het hele project of de te gebruiken installatie(s)
  • Een reële berekening die het rendement van het project gedurende de hele looptijd van de subsidie (5 tot 15 jaar) aantoont
  • Een solide financieringsplan, inclusief een onderbouwing van het eigen vermogen

Afhankelijk van het soort energie dat u gaat opwekken, kunnen er per sector nog aanvullende eisen gelden. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het RVO. Hier kunt u ook het ‘Model Haalbaarheidsstudie SDE+’ vinden, een handige tool die tevens aangeeft welke documenten u allemaal moet uploaden voor de haalbaarheidsstudie. Let er ook op dat u bij het indienen van een SDE+-aanvraag beschikt over de voor een project benodigde vergunningen. Een goed voorbeeld is een omgevingsvergunning als u zonnepanelen of- collectoren niet op het dak, maar in een veldopstelling wilt plaatsen of aan een zichtbare gevel wilt hangen.

Wat te doen met je SDE-beschikking

Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, ontvangt u een beschikking. Dit is een maximumbedrag over de hele looptijd van de subsidie. Om de SDE-beschikking te benutten en de daadwerkelijke realisatie van uw project mogelijk te maken, moeten een aantal stappen worden doorlopen. Die geven we hieronder kort weer.

  • U dient binnen 1 jaar na uw subsidiebeschikking de RVO afschriften te sturen van uw opdrachtverstrekkingen. Hierop staan de onderdelen voor de productie-installatie beschreven en worden de opdrachten voor de bouw van de productie-installatie benoemd.
  • Realiseer het project en neem de productie-installatie in gebruik binnen de wettelijk vastgestelde termijnen. De termijnen voor realisatie en ingebruikname staan in de beschikking.
  • Vraag vervolgens een EAN-code aan voor uw duurzame productie-installatie. Na het ontvangen van de EAN-code(s) volgt inschrijving bij een certificerende instantie zoals bijvoorbeeld CertiQ (hernieuwbare elektriciteit). Is dit allemaal geregeld? Dan ontvangt u de subsidie in de vorm van een maandelijks voorschotbedrag. De RVO past jaarlijks een correctie toe aan de hand van het definitieve correctiebedrag en de productiegegevens van het afgelopen jaar. Te weinig ontvangen subsidie keert de RVO alsnog uit, terwijl een te hoog bedrag wordt teruggevorderd.

Energie-installaties die in aanmerking komen voor SDE+

De SDE+ is van toepassing op een breed aantal energie-installaties die gebruikmaken van zonnekracht, windkracht, biomassa, waterkracht of geothermie. We gaan hieronder wat dieper in op enkele typen energie-installaties die in aanmerking komen voor de SDE+.

Zonne-energie

Zonne-installaties die in aanmerking komen voor subsidies onder de SDE+ zijn fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen van meer dan 15 kWp en een grootverbruikersaansluiting. Ook zonthermische installaties (vooral gebruikt voor hernieuwbare warmte) met afgedekte collectoren die een totaal thermisch vermogen hebben van meer dan 140 kWp, vallen onder de SDE+.

De subsidieregeling maakt ook het investeren in een zonneboiler aantrekkelijk. Bent u geïnteresseerd in het opstarten van een zonneproject, maar een beetje huiverig voor het woud aan regels en het complexe aanvraagproces?

Wij kunnen u helpen met het aanvragen van de subsidie en bedrijven geheel ontzorgen bij zowel de ontwikkeling als realisatie van een hoogwaardig zonnesysteem. Neem contact met ons op voor meer informatie.

Windenergie

Ook voor windturbines kan een SDE+-aanvraag worden ingediend. De RVO hanteert voor deze sector drie categorieën:

  • Wind op land
  • Wind op primaire waterkering
  • Wind in meer

Of een aanvraag voor windenergie wel of niet wordt gehonoreerd, hangt voornamelijk af van de windenergie-opbrengstrekening, een vast onderdeel van het windrapport. Het rapport maakt op zijn beurt weer deel uit van de haalbaarheidsstudie voor windprojecten. Voor windenergie op zee zijn aparte regelingen en gelden weer deels afwijkende voorwaarden.

Waterkracht

Het gebruik van waterkracht speelt in de Alpenlanden en Scandinavië reeds een belangrijke rol in de energievoorziening, maar staat in Nederland nog in de kinderschoenen. De meeste op waterkracht gebaseerde elektriciteit in Nederland wordt opgewekt door waterturbines. De as van zo’n turbine zit vast aan een generator. Wanneer de as in beweging komt door de stromingskracht van het water, wekt het onderdeel automatisch elektriciteit op.

Een project komt in aanmerking voor SDE+ als er wordt geïnvesteerd in nieuwe waterkrachtinstallaties met een hoogteverschil van meer dan 50 centimeter. Voor de renovatie van bestaande waterkrachtcentrales gelden dezelfde voorwaarden. In het laatste geval moeten de turbines wel nieuw zijn, een eis die niet geldt voor de andere onderdelen van de installatie.

Vrije stromingsenergie en osmose

Ook turbines die water niet bewust omhoog pompen (denk aan toepassingen van vrije stromingsenergie zoals getijdenwerking of golfenergie) vallen in potentie binnen de SDE+. Het gaat in dit geval om waterturbines met een hoogteverschil van ruim 50 centimeter die in aanmerking komen voor subsidie over de opgewekte energie. Uitstroomopeningen voor koelwater lenen zich bijvoorbeeld prima voor deze toepassing. Installaties die gebruikmaken van osmose zijn eveneens meegenomen in de SDE+. Bij osmose gaat de stromingsrichting van een lage naar een hoge concentratie water. In veel gevallen gaat het om zoutconcentraties in het water waarbij energieverdeling plaatsvindt.

Geothermie

Ook geothermie (aardwarmte) biedt subsidiemogelijkheden in het kader van de SDE+. De volgende categorieën zijn in de regeling opgenomen:

  • Geothermie-warmte met een diepte van minimaal 500 meter
  • Geothermie-warmte met een diepte van minimaal 3500 meter
  • Geothermie-warmte met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij voor één of beide putten van het doublet gebruik wordt gemaakt van bestaande olie- of gasputten
  • Geothermie-warmte, waarbij uitbreiding van een productie-installatie plaatsvindt met tenminste één aanvullende put met een diepte van minimaal 500 meter

Geothermische projecten vereisen een geologisch onderzoek dat moet voldoen aan het ‘Model Geologisch Onderzoek SDE+’. Dit onderzoek moet bij de subsidieaanvraag worden meegestuurd.

Conclusie

Heeft u zelf een bedrijf dat gebruikmaakt van een hoogwaardige installatie om groene energie te produceren? Onderzoek dan vooral eens de mogelijkheden om een subsidieaanvraag te doen in het kader van de SDE+. Er is namelijk veel mogelijk op het gebied van zon, wind, water, biomassa en geothermie.

Neem vrijblijvend contact met ons op of u in aanmerking komt voor SDE+.